Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Inleiding
Wat heeft verweerder beslist?
Wat is het standpunt van eiser?
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige van Iraakse nationaliteit met medische problemen, verzocht om uitstel van vertrek op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Na eerdere uitstelbesluiten werd zijn aanvraag afgewezen op basis van een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA), dat stelde dat eiser medisch in staat was te reizen en geen acute medische noodsituatie te verwachten was.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en leverde nieuwe medische informatie aan. Het aanvullende BMA-advies handhaafde de eerdere conclusie, waarop verweerder het bezwaar ongegrond verklaarde. Eiser stelde dat het BMA-advies niet inzichtelijk was, tegenstrijdigheden bevatte en dat verweerder onzorgvuldig had gehandeld door hem niet te horen.
De rechtbank oordeelde dat het aanvullende BMA-advies onvoldoende inzichtelijk en concludent was, mede omdat het geen rekening leek te houden met de recente medische controles en verslechtering van de situatie van eiser. Hierdoor mocht verweerder het advies niet zonder meer aan het besluit ten grondslag leggen. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, verbood uitzetting zolang het bezwaar loopt en legde een termijn van acht weken op voor een nieuw besluit. Tevens werden proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en uitzetting van eiser wordt verboden totdat een nieuw besluit is genomen.