ECLI:NL:RBDHA:2021:15758
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op duurzaam verblijf als gemeenschapsonderdaan ondanks langdurig verblijf en familiebanden
Eiseres, een Slowaakse gemeenschapsonderdaan geboren in 2000, heeft langdurig in Nederland verbleven en is sinds 2010 ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Zij ontving in bepaalde periodes een bijstandsuitkering, maar sinds september 2020 heeft zij een arbeidsovereenkomst en ontvangt zelfstandig inkomsten uit arbeid. Verweerder stelde vast dat zij sinds die datum rechtmatig verblijf heeft als gemeenschapsonderdaan, maar dat zij geen duurzaam verblijf heeft verworven omdat niet is aangetoond dat zij gedurende vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf had.
Eiseres voerde aan dat zij vanaf haar geboorte ononderbroken in Nederland heeft gewoond, naar school is gegaan en nauwe familiebanden in Nederland heeft. Zij stelde dat zij als rechtstreekse bloedverwant aanspraak maakt op duurzaam verblijf. Ter zitting bracht zij een nieuwe beroepsgrond in verband met het niet meetellen van de Wajong-uitkering van haar vader, maar deze werd buiten beschouwing gelaten wegens strijd met de goede procesorde.
De rechtbank oordeelde dat voor duurzaam verblijf niet alleen vijf jaar onafgebroken verblijf vereist is, maar ook dat gedurende die periode voldoende middelen van bestaan aanwezig moeten zijn. Dit was niet aannemelijk gemaakt. Ook vond de rechtbank geen strijd met artikel 8 EVRM Pro, omdat eiseres rechtmatig verblijf heeft en niet wordt bedreigd met verwijdering. Het beroep werd ongegrond verklaard en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op duurzaam verblijf wordt ongegrond verklaard omdat niet is aangetoond dat zij vijf jaar onafgebroken rechtmatig verblijf met voldoende middelen van bestaan had.