ECLI:NL:RVS:2020:1343
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Nederlanderschap wegens niet voldoen aan samenwoningsvereiste en gevaar voor openbare orde
Appellant verzocht om naturalisatie tot Nederlander, maar de staatssecretaris wees dit af omdat appellant niet onafgebroken vijf jaar hoofdverblijf in het Koninkrijk had en niet voldeed aan het samenwoningsvereiste met zijn Nederlandse echtgenote. Hoewel appellant sinds 2010 gehuwd is, bleek uit de Basisregistratie Personen dat zijn echtgenote sinds 2010 in Amsterdam staat ingeschreven en hij sinds 2011 in Antwerpen, waardoor het daadwerkelijke samenwonen niet aannemelijk was.
Daarnaast bestonden ernstige vermoedens dat appellant een gevaar voor de openbare orde vormde vanwege een onherroepelijke veroordeling in 2013 wegens overtreding van de Opiumwet. Appellant voerde aan dat het misdrijf buiten de rehabilitatietermijn viel en dat bijzondere omstandigheden golden, maar deze werden door de rechtbank en de Afdeling verworpen.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht de beroepsgrond over schending van de hoorplicht buiten beschouwing had gelaten wegens strijd met de goede procesorde. De Afdeling bevestigde het oordeel dat appellant niet voldeed aan het samenwoningsvereiste en dat het ernstige vermoeden van gevaar voor de openbare orde binnen de rehabilitatietermijn viel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om Nederlanderschap wordt bevestigd.