ECLI:NL:RBDHA:2021:15828
Rechtbank Den Haag
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motiveringsgebreken bij verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan
Eiseres, een Oostenrijkse gemeenschapsonderdaan met drie minderjarige Nederlandse kinderen, kreeg een bijstandsuitkering en werd door verweerder het verblijfsrecht ontzegd op grond van artikel 8.12 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Verweerder stelde dat eiseres geen rechtmatig verblijf had omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden, waaronder het verrichten van reële arbeid of het hebben van een duurzaam verblijfsrecht.
De rechtbank constateerde dat verweerder de besluitvorming onjuist heeft weergegeven en niet alle relevante feiten en omstandigheden in de belangenafweging heeft betrokken. Eiseres had gedurende een periode rechtmatig verblijf en heeft aannemelijk gemaakt dat zij reële arbeid heeft verricht in eerdere jaren. Verweerder woog zwaar mee dat eiseres sinds 2017 een beroep doet op de bijstand, maar dit werd deels veroorzaakt door trage besluitvorming.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende rekening heeft gehouden met de sterke banden van eiseres met Nederland, haar rol als verzorgende ouder van Nederlandse kinderen, en de belangen van deze kinderen. Hierdoor is het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd en strijdig met artikel 7:12 Awb Pro. Verweerder krijgt de gelegenheid de gebreken te herstellen binnen zes weken.
Tot slot treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening waardoor eiseres niet wordt uitgezet totdat een einduitspraak is gedaan. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt geschorst en verweerder krijgt zes weken om de motiveringsgebreken te herstellen; eiseres wordt voorlopig niet uitgezet.