ECLI:NL:RBDHA:2021:15844
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening Frankrijk
Verweerder heeft de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op grond van de Dublinverordening, waarbij Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser stelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet meer geldt vanwege onvoldoende opvang en leefgeld in Frankrijk, en verwees naar jurisprudentie waaronder het arrest N.H. tegen Frankrijk.
De rechtbank overweegt dat verweerder in het algemeen mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn situatie niet kan. Eiser heeft geen bewijs geleverd van structurele gebreken in het Franse asiel- en opvangsysteem die op zijn situatie van toepassing zijn. Hij heeft kunnen indienen, een interview gehad, leefgeld ontvangen en een W-document gekregen.
Eiser heeft niet onderbouwd dat het leefgeld ontoereikend was, dat hij geen toegang had tot een advocaat, of dat hij ten onrechte geen opvang kreeg. De rechtbank acht het aan eiser om klachten bij Franse autoriteiten neer te leggen, wat hij niet aannemelijk heeft gemaakt. Ook de aangevoerde jurisprudentie is niet vergelijkbaar met zijn situatie.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro niet aannemelijk is en dat geen garanties aan Frankrijk hoefden te worden gevraagd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.