ECLI:NL:RBDHA:2021:15852
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Afghaanse asielzoeker wegens ontbreken reëel risico ernstige schade
Eiser, een Afghaanse asielzoeker, heeft sinds 2015 meerdere keren een verblijfsvergunning asiel aangevraagd, welke telkens zijn afgewezen. Na eerdere procedures en vernietigingen door de rechtbank en Raad van State, is de zaak terugverwezen voor verdere behandeling. De rechtbank beoordeelt of eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer naar Afghanistan, mede gelet op zijn verwestering, sociaaleconomische positie, risico op gedwongen rekrutering door de Taliban en de veiligheidssituatie in Kunduz.
De rechtbank oordeelt dat verweerder voldoende en deugdelijk heeft gemotiveerd dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico op ernstige schade loopt. De verwestering van eiser is niet onderbouwd met concrete westerse normen die hem in gevaar brengen. De aanwezigheid van de Taliban in Kunduz en het risico op gedwongen rekrutering zijn niet voldoende aannemelijk gemaakt, mede op basis van het EASO-rapport. Ook de terugkeerroute en de sociaaleconomische situatie leiden niet tot een verhoogd risico.
Verder is geoordeeld dat verweerder terecht geen aanvullend gehoor heeft gehouden en dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat zijn privéleven op grond van artikel 8 EVRM Pro bescherming verdient. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd.