Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Tunesische nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 31 mei 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico op onttrekking aan toezicht.
Eiser betwistte de gronden van bewaring, waaronder het ontbreken van het aanmeldgehoor in het dossier, het vermeende vertrek met onbekende bestemming en het niet-medewerken aan overdracht. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende en terecht gemotiveerd had dat eiser Nederland niet op de voorgeschreven wijze was binnengekomen en dat eiser zich aan het toezicht had onttrokken door met onbekende bestemming te vertrekken.
De rechtbank vond dat de zware gronden onder 3a, 3b en 3k samen de maatregel van bewaring rechtvaardigen. Ook oordeelde zij dat verweerder terecht geen lichter middel had toegepast, mede vanwege het risico op onttrekking en het niet benutten van de mogelijkheid tot vrijwillige terugkeer.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend had gehandeld in de verwijderingsprocedure, met een geboekte vlucht naar Zwitserland. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.