ECLI:NL:RBDHA:2021:15896
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige geloofsontwikkeling en vervolgingsverhaal
Eiser, een Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op basis van zijn bekering tot het christendom en vervolging in Iran. Hij verklaarde sinds 2011 interesse te hebben in het christendom, huiskerkbijeenkomsten te hebben bezocht en te zijn gedoopt in Duitsland. Na terugkeer in Iran in 2016 werd hij herhaaldelijk opgepakt en mishandeld, waarna hij opnieuw vluchtte en in Nederland asiel aanvroeg.
De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de verklaringen over zijn bekering en vervolging. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende motiveerde waarom hij pas in 2011 interesse kreeg in het christendom, ondanks zijn eerdere onvrede over de islam sinds 1995. Ook was zijn relaas over de huiskerkbijeenkomsten vaag en inconsistent.
Verder achtte de rechtbank het ongeloofwaardig dat eiser vrijwillig terugkeerde naar Iran, gelet op de gevaren die hij daar vreesde. De overgelegde documenten over een doodvonnis wegens afvalligheid werden niet overtuigend geacht, mede door het ontbreken van een origineel en het ambtsbericht dat geen recente veroordelingen bevestigde.
Ten slotte vond de rechtbank het niet aannemelijk dat eiser in Nederland een geloofsontwikkeling had doorgemaakt naar atheïsme, maar dat hij eerder zijn seculiere levensstijl hervatte. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.