ECLI:NL:RVS:2022:1572
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.J.C. de Moor-van Vugt
- B. Meijer
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering afvalligheid
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 29 juli 2020 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarna de vreemdeling hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat hij vanwege zijn afvalligheid in negatieve belangstelling stond van de Iraanse autoriteiten en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met een overgelegd vonnis waaruit zijn veroordeling wegens afvalligheid bleek. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende inzichtelijk had gemaakt hoe hij de geloofwaardigheid van de afvalligheid had onderzocht en beoordeeld, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd.
De Raad van State vernietigde het vonnis van de rechtbank en het besluit van de staatssecretaris. De zaak werd terugverwezen voor hernieuwde beoordeling, waarbij de staatssecretaris rekening moet houden met de actuele feiten en omstandigheden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering over de geloofwaardigheid van de afvalligheid.