Uitspraak
[B], V-nummer: [V-nummer 4] ,
[C]V-nummer: [V-nummer 5]
[D], V-nummer: [V-nummer 6] hierna gezamenlijk eisers
1.ECLI:NL:RVS:2020:829
2.ECLI:NL:RVS:2015:674
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een Nigeriaans gezin met minderjarige kinderen, werden op 3 juni 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op zware gronden waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het niet meewerken aan overdracht aan Italië volgens de Dublinverordening. Eisers betwistten deze gronden en stelden dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering was, mede vanwege de coronatestvereiste.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden terecht en voldoende gemotiveerd waren. De verwijzing naar de maatregel van bewaring van de moeder voor de kinderen werd als juist beoordeeld, gezien hun minderjarige status en afhankelijkheid. De rechtbank vond geen strijd met artikel 5 EVRM Pro of met het belang van de kinderen zoals beschermd in het Handvest en het IVRK.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet verplicht was voorafgaand aan de bewaring te onderzoeken of eisers bereid waren een coronatest te ondergaan. De maatregel was niet bedoeld als pressiemiddel voor de testafname. De rechtbank concludeerde dat geen lichter middel dan bewaring effectief was en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.