ECLI:NL:RBDHA:2021:16079
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens niet aangetoond huwelijk en geen gezinsleven
Eiseres, van Somalische nationaliteit, verzocht via referent om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familie- of gezinslid. Verweerder wees de aanvraag af omdat het huwelijk tussen eiseres en referent niet aannemelijk was gemaakt en er geen feitelijke gezinsband bestond. De rechtbank vernietigde eerder een besluit wegens onvoldoende motivering, waarna Bureau Documenten onderzoek deed naar de authenticiteit van de huwelijksakte en -verklaring. Dit onderzoek leverde twijfel op over de echtheid van de huwelijksakte.
Eiseres bracht een contra-expertise in die de echtheid van de huwelijksakte bevestigde, maar de rechtbank oordeelde dat deze onvoldoende gemotiveerd en onderbouwd was en dat verweerder terecht kon vertrouwen op het deskundigenadvies van Bureau Documenten. De indicatieve bewijsstukken boden ook geen overtuigend bewijs van het huwelijk.
De rechtbank stelde dat de aanvraag primair op het huwelijk was gebaseerd en dat het ontbreken van aannemelijk bewijs van het huwelijk betekende dat een toetsing aan het gezinsleven en een belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro niet aan de orde waren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard omdat het huwelijk niet is aangetoond.