Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
“Twee a drie maanden na mijn doop […] kwam een van mijn oude vrienden uit mijn basisschool genaamd [B] bij mij thuis op bezoek. Ik was verbaasd om hem te zien. Inmiddels was er al 27 of 28 jaar voorbij gegaan toen ik hem in onze oude wijk gezien had maar hij was nog herkenbaar voor mij.”Uit deze verklaring heeft verweerder mogen concluderen dat de vriendschap tussen eiser en [B] niet zo diepgaand is als eiser in de gronden van beroep doet voorkomen. De verklaringen van eiser waren daarnaast duidelijk genoeg, zodat verweerder hierop niet had hoeven doorvragen. Gelet op deze verklaring en de omstandigheid dat [B] een rechercheur is op de afdeling Inlichtingen en als zodanig het dossier van eiser in handen heeft gekregen, heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat het bevreemdend is dat eiser aan [B] heeft verteld over zijn bekering. Eiser liep hierdoor immers een groot risico. De door eiser hiervoor gegeven reden, heeft verweerder onvoldoende mogen achten. Dit geldt temeer nu eiser zijn echtgenote niet over zijn bekering heeft verteld. De enkele stelling van eiser dat hij zijn echtgenote had verteld over zijn bekering, als zij ernaar had gevraagd, maakt het voorgaande niet anders. Verweerder heeft dit aan eiser mogen tegenwerpen.