ECLI:NL:RVS:2021:977
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.J. van Eck
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende geloofwaardigheid bekering
De vreemdeling, een Iraanse nationaliteit dragende persoon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel op grond van zijn bekering tot het christendom en de daaruit voortvloeiende vervolging in Iran. De staatssecretaris wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van de bekering, een standpunt dat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep werd getoetst of de staatssecretaris de werkinstructie 2018/10 correct toepaste en of deze werkinstructie een beleidswijziging vormde. De Afdeling oordeelde dat WI 2018/10 geen beleidswijziging is, maar een verduidelijking en verbetering van de beoordelingsmethode.
De Afdeling stelde vast dat de staatssecretaris in zijn besluit onvoldoende gemotiveerd had hoe hij de verklaringen van derden en de persoonlijke achtergrond van de vreemdeling had meegewogen. Tevens was niet kenbaar gemaakt hoe de compensatiemogelijkheid tussen de drie beoordelingscriteria werd toegepast. Hierdoor was het besluit ondeugdelijk gemotiveerd.
De Afdeling vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten. De zaak benadrukt het belang van een integrale en transparante geloofwaardigheidsbeoordeling bij asielaanvragen op basis van bekering.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris tot afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige bekering wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering.