ECLI:NL:RBDHA:2021:16127
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verbetering beschikking voorschotkosten onderzoek in familierechtelijke procedure
In deze zaak heeft de rechtbank Den Haag op verzoek van de moeder een verbetering aangebracht in de beschikking van 5 november 2021. De oorspronkelijke beschikking bepaalde dat de moeder een voorschot van € 2.299,- moest betalen binnen drie weken na ontvangst van de factuur van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR). Dit terwijl de moeder procedeert op basis van gefinancierde rechtsbijstand.
De moeder verzocht om herstel van deze beschikking, omdat het voorschrift tot betaling van het voorschot niet passend was in haar situatie. De rechtbank stelde vast dat er sprake was van een kennelijke en eenvoudig te herstellen fout in de beschikking. De vader had geen verweer gevoerd tegen het verzoek tot verbetering.
De rechtbank verbeterde daarom de beschikking in die zin dat het voorschot niet langer door de moeder betaald hoeft te worden, maar dat het ten laste van de Rijkskas betaalde deel van de kosten van het onderzoek voorlopig aan de moeder in debet zal worden gesteld. Voor het overige bleef de beschikking van 5 november 2021 ongewijzigd. De verbetering werd uitgesproken door drie kinderrechters tijdens een openbare terechtzitting op 15 november 2021.
Uitkomst: De rechtbank verbeterde de beschikking zodat de moeder het voorschot niet hoeft te betalen en de kosten voorlopig ten laste van de Rijkskas worden gesteld.