Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 15 juli 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor een overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico op het ontwijken van toezicht. Verweerder heeft de bewaring op 23 juli 2021 opgeheven, waarna eiseres beroep instelde en tevens schadevergoeding vorderde.
De rechtbank beoordeelde of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest. Eiseres betwistte de gronden van de bewaring niet, maar stelde dat een lichter middel had moeten worden toegepast, omdat zij na het verbreken van haar relatie bereid was mee te werken aan overdracht. De rechtbank oordeelde dat verweerder de belangen van eiseres voldoende had meegewogen en gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was, mede omdat eiseres voorafgaand geen actie had ondernomen om overdracht mogelijk te maken.
Verder besprak de rechtbank de vraag of zij ambtshalve de rechtmatigheid van de bewaring moet toetsen, mede naar aanleiding van het arrest Mahdi van het HvJEU. De rechtbank stelde vast dat het Nederlandse bestuursprocesrecht ambtshalve toetsing niet toestaat, tenzij sprake is van duidelijke onrechtmatigheid. Dit was in deze zaak niet het geval.
Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om schadevergoeding tegen de maatregel van bewaring worden afgewezen.