ECLI:NL:RBDHA:2021:16171

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 april 2021
Publicatiedatum
22 april 2022
Zaaknummer
NL20.2474
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens te late besluitvorming

Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker in beroep was gegaan, heeft de Staatssecretaris alsnog een beslissing genomen. Verzoeker trok daarop het beroep in en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener had ingeschakeld, is een vast bedrag van €267 toegekend. Vanwege de beperkte aard van de zaak (alleen overschrijding beslistermijn) is dit bedrag met een wegingsfactor van 0,5 verminderd.

De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van dit bedrag aan verzoeker. Er zijn geen andere kosten erkend die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier M. Bos op 16 april 2021.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €267 aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL20.2474
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker], verzoeker, V-nummer: [V-nummer] , (gemachtigde: mr. I.M. Zuidhoek),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: F. el Benaissati).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten.
Verweerder heeft op 17 maart 2021 laten weten dat hij bereid is de proceskosten van
verzoeker te vergoeden tot een bedrag van € 267,-.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is (artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. De rechtbank kan beslissen dat één van de partijen de proceskosten van de andere partij moet betalen. Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
3. Verzoeker is op 29 januari 2020 in beroep gegaan, omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag. Op 20 mei 2020 heeft verweerder alsnog een beslissing genomen op zijn aanvraag. Verzoeker heeft daarna het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ingetrokken en daarbij de rechtbank verzocht om verweerder te veroordelen in de proceskosten.
4. Omdat verweerder pas nadat verzoeker in beroep is gegaan een beslissing heeft genomen, krijgt verzoeker een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Bbp is dit een vast bedrag omdat verzoeker een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 267,-.

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 267,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, rechter, in aanwezigheid van M. Bos, griffier.
De uitspraak is uitgesproken en bekendgemaakt op ….. en zal openbaar worden gemaakt door publicatie op rechtspraak.nl.
16 april 2021

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank binnen zes weken na de dag van bekendmaking. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord.