ECLI:NL:RBDHA:2021:16220
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek vreemdeling naar Duitsland zonder contact
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. Na afwijzing van het bezwaar heeft eiser beroep ingesteld bij de rechtbank en tevens een voorlopige voorziening verzocht.
De rechtbank heeft eiser vrijgesteld van het betalen van griffierecht wegens gebrek aan inkomen en vermogen. De gemachtigde van eiser heeft aangegeven niet naar de zitting te komen en geen recent contact met eiser te hebben. Verweerder heeft gemeld dat eiser sinds augustus 2020 zelfstandig in Duitsland verblijft.
Op grond van vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt aangenomen dat een vreemdeling die zonder contact met zijn gemachtigde Nederland verlaat, geen prijs meer stelt op de bescherming in Nederland. Omdat eiser geen contact onderhoudt en niet meer in Nederland verblijft, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser zonder contact met zijn gemachtigde naar Duitsland is vertrokken en geen prijs meer stelt op bescherming in Nederland.