ECLI:NL:RBDHA:2021:16226
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing opheffing inreisverbod en bekorting duur inreisverbod
Eiser is sinds 2006 ongewenst verklaard en kreeg in 2012 een inreisverbod van tien jaar opgelegd, dat in het bestreden besluit is bekort tot twee jaar. Eiser heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en stelde dat er sprake was van een nieuw inreisverbod en dat hij gehoord had moeten worden. De rechtbank oordeelde dat geen nieuw inreisverbod is opgelegd, maar slechts de duur is verkort, waardoor geen hoorplicht bestond.
Verder voerde eiser aan dat het besluit in strijd is met artikel 3 en Pro 8 EVRM vanwege zijn medische situatie, gezinsleven met een Nederlandse partner en de onveilige situatie als Roma in Servië. De rechtbank concludeerde dat er geen strijd is met artikel 3 EVRM Pro en dat het gezinsleven niet zodanig is dat een positieve verblijfsrechtelijke verplichting ontstaat, mede omdat eiser nooit rechtmatig in Nederland verbleef.
De rechtbank achtte de belangenafweging van verweerder zorgvuldig en vond geen aanleiding het beroep gegrond te verklaren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving en bekorting van het inreisverbod wordt ongegrond verklaard.