ECLI:NL:RBDHA:2021:16264
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure na niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de verlengde procedure. Op 1 juli 2021 heeft de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid deze aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 20 juli 2021 samen met een gerelateerde zaak. Verzoeker was aanwezig met zijn gemachtigde en een tolk. Verweerder werd vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Bij uitspraak van vandaag in de hoofdzaak is het beroep behandeld, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk werd geacht.
De voorzieningenrechter besloot daarom het verzoek om voorlopige voorziening af te wijzen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman en bekendgemaakt op 27 juli 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is behandeld.