Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, werd op 9 juli 2021 in vreemdelingenbewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan Italië en het risico dat hij zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank beperkte haar beoordeling tot de vraag of de tenuitvoerlegging van de bewaring onrechtmatig was geweest, nu de bewaring inmiddels was opgeheven. Eiser voerde aan dat hij al in maart 2021 had aangegeven niet mee te werken aan een coronatest die noodzakelijk was voor zijn overdracht, waardoor het zicht op overdracht zou ontbreken en de bewaring onrechtmatig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het weigeren van medewerking aan de coronatest niet het zicht op overdracht wegneemt, aangezien medewerking aan de test redelijkerwijs van eiser kan worden verlangd. Ook stelde eiser dat een lichter middel had moeten worden toegepast, maar de rechtbank vond dat verweerder de belangen van eiser voldoende had meegewogen en gemotiveerd waarom bewaring noodzakelijk was.
Ten slotte stelde eiser dat hij ten onrechte een dag te laat was vrijgelaten, maar de rechtbank concludeerde dat hij op 16 juli 2021 daadwerkelijk werd vrijgelaten en zich meldde bij het AZC. Het beroep en het verzoek om schadevergoeding werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring en het verzoek om schadevergoeding worden afgewezen.