ECLI:NL:RVS:2009:BI3894
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- H. Troostwijk
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen opheffing vreemdelingenbewaring wegens weigering verklaring vrijwillige terugkeer
De vreemdeling werd in vreemdelingenbewaring gesteld met het doel haar terugkeer naar Mongolië te bewerkstelligen. De rechtbank had geoordeeld dat de bewaring onrechtmatig was omdat de vreemdeling weigerde een verklaring van geen bezwaar tegen terugkeer te ondertekenen, wat volgens de rechtbank betekende dat er geen zicht op uitzetting meer was.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat het afleggen van een dergelijke verklaring niet verder gaat dan wat redelijkerwijs van de vreemdeling kan worden verlangd binnen haar vertrekplicht, en dat de bewaring juist dient om toezicht te houden op de inspanningen tot terugkeer, ook als de vreemdeling niet meewerkt.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen zicht op uitzetting is bij weigering de verklaring te ondertekenen. De bewaring is gericht op het bevorderen van terugkeer en het toezicht daarop, ook bij onvoldoende medewerking. De grief van de staatssecretaris slaagt, het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling bij de rechtbank wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard; de bewaring is rechtmatig.