ECLI:NL:RBDHA:2021:16313
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens twijfel over nationaliteit en kennelijk ongegrond verklaring
Eiser, van Syrische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af omdat eiser naast een authentiek Syrisch paspoort ook een Libanees paspoort had waarmee hij een Duits visum verkreeg, wat twijfel opriep over zijn identiteit en nationaliteit. Eiser stelde dat hij het Libanese paspoort frauduleus had verkregen en legde aanvullende documenten voor ter onderbouwing.
De rechtbank overwoog dat verweerder op grond van vaste rechtspraak mocht uitgaan van de juistheid van de informatie in EU-Vis en dat het aan eiser was om aannemelijk te maken dat het Libanese paspoort frauduleus was verkregen. De ingediende documenten boden geen onderbouwing voor deze stelling. Omdat eiser niet slaagde in de bewijslast, mocht verweerder ervan uitgaan dat eiser ook de Libanese nationaliteit bezit.
Hierdoor komt eiser niet in aanmerking voor een asielvergunning op grond van problemen in Syrië, aangezien hij zich in Libanon kan vestigen. Ook zijn er geen aanwijzingen dat hij in Libanon problemen heeft ondervonden die asiel rechtvaardigen. De afwijzing als kennelijk ongegrond was gegrond, mede omdat eiser verweerder niet volledig heeft geïnformeerd over zijn nationaliteit. Het beroep is ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond wordt ongegrond verklaard.