ECLI:NL:RBDHA:2021:16328
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugkeerbesluit en vertrektermijn ondanks persoonlijke omstandigheden
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, kreeg op 22 april 2021 een terugkeerbesluit opgelegd met een vertrektermijn van 28 dagen. Hij stelde beroep in tegen dit besluit omdat het land van bestemming niet expliciet in het besluit was genoemd en hij meende dat zijn persoonlijke omstandigheden een uitzondering rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van een expliciete vermelding van het land van bestemming in dit geval niet leidt tot onduidelijkheid, aangezien de Surinaamse nationaliteit van eiser bekend is en tijdens het gehoor besproken is hoe hij aankijkt tegen terugkeer naar Suriname. De verwijzing naar het arrest van het HvJ EU in de zaak FMS was niet van toepassing omdat die een bijzondere situatie betrof.
Verder vond de rechtbank dat de persoonlijke omstandigheden van eiser, waaronder zijn zorg voor partner en kind, geen reden vormden om af te zien van het terugkeerbesluit. De mail van de AVIM bood geen garantie dat geen verdere maatregelen zouden worden genomen.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft van kracht.