Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.068,-.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Dublinclaimant, werd op 26 januari 2021 met onbekende bestemming vertrokken, waardoor hij geen rechtmatig verblijf meer had in Nederland. Verweerder legde op 8 mei 2021 een maatregel van bewaring op op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat zijn ophouding onrechtmatig was omdat deze was gebaseerd op artikel 50a Vw, dat alleen geldt voor vreemdelingen met rechtmatig verblijf.
De rechtbank stelde vast dat eiser onrechtmatig werd opgehouden omdat artikel 50a Vw niet van toepassing was op zijn situatie. Desondanks oordeelde de rechtbank dat het gebrek in de ophouding niet leidde tot onrechtmatigheid van de maatregel van bewaring, omdat de belangenafweging in het voordeel van verweerder uitviel. Eiser kon onvoldoende aantonen dat hij noodzakelijke zorg verleende aan zijn hoogzwangere vriendin of dat hij een vaste woon- of verblijfplaats had.
Verweerder motiveerde de maatregel met meerdere zware en lichte gronden, waarvan twee zware gronden niet werden betwist door eiser en voldoende waren om de maatregel te dragen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Wel werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 1.068,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser vanwege het geconstateerde gebrek in de ophouding.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.