ECLI:NL:RVS:2018:1498
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot proceskostenvergoeding wegens onrechtmatige verlenging vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 21 februari 2018 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overweegt dat de rechtbank ten onrechte geen proceskostenveroordeling heeft uitgesproken ondanks de constatering dat de verlenging van de ophouding onrechtmatig was. De Afdeling verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is bepaald dat bij een beroep tegen de maatregel van bewaring ook de rechtmatigheid van de voorafgaande staandehouding en ophouding wordt betrokken.
De Afdeling verklaart het hoger beroep gegrond, vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin geen proceskostenvergoeding werd toegewezen, en bevestigt de rest van de uitspraak. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.503,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.503,00 wegens onrechtmatige verlenging van de ophouding.