Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Dublinclaimant, werd op 30 juni 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 omdat hij geen rechtmatig verblijf had na vertrek met onbekende bestemming (MOB) en onvoldoende medewerking verleende aan een overdracht naar een andere lidstaat.
Eiser stelde dat hij rechtmatig verbleef omdat hij zich had gemeld bij het Centraal Opvang Asielzoekers (COA) en daarmee een asielaanvraag had ingediend. De rechtbank oordeelde dat melden bij het COA niet gelijkstaat aan het indienen van een asielaanvraag en dat het rechtmatig verblijf van een Dublinclaimant eindigt bij MOB. Daarom was artikel 50 Vw Pro de juiste grondslag voor de staandehouding.
De rechtbank vond dat de maatregel van bewaring terecht was opgelegd op basis van artikel 59a Vw, aangezien de Dublinverordening van toepassing was en er een concreet risico op onttrekking aan toezicht bestond. De zware gronden, waaronder het ontbreken van geldige reisdocumenten en het weigeren van medewerking aan overdracht en covid-test, waren voldoende gemotiveerd.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.