Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, met de Albanese nationaliteit, kreeg op 20 juli 2021 een terugkeerbesluit met vertrektermijn nul dagen, een inreisverbod van twee jaar en een maatregel van bewaring opgelegd door verweerder. Eiser betoogde dat een vertrektermijn van vier weken passend was, dat het inreisverbod onvoldoende was gemotiveerd en dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was vanwege onvoldoende motivering van lichter middelen.
De rechtbank oordeelde dat het terugkeerbesluit met vertrektermijn nul dagen terecht was opgelegd vanwege het risico op onttrekking, zoals toegestaan onder artikel 62, tweede lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Het enkele feit dat eiser verklaarde zelfstandig te kunnen terugkeren, maakte dit niet anders. Het inreisverbod werd voldoende gemotiveerd geacht, waarbij de omstandigheden van eisers seizoensarbeid in Griekenland zijn meegewogen, maar geen aanleiding gaven om af te zien van het inreisverbod.
Ten aanzien van de maatregel van bewaring stelde de rechtbank vast dat de gronden voor bewaring niet waren betwist en dat de motivering, hoewel summier, voldoende was om het niet toepassen van een lichter middel te rechtvaardigen. Omdat de maatregel inmiddels was opgeheven, werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De beroepen werden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep tegen het terugkeerbesluit, het inreisverbod en de maatregel van bewaring af en wijst het verzoek om schadevergoeding af.