Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, bestaande uit een vrouw en haar minderjarige kind, zijn in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet risico op onttrekking aan toezicht en een aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening.
Eisers betwisten de gronden voor bewaring, maar de rechtbank oordeelt dat het ontbreken van geldige reisdocumenten en het niet meewerken aan overdracht voldoende gronden zijn. Eisers weigeren mee te werken aan een covid-test, wat volgens de rechtbank niet betekent dat er geen zicht op uitzetting is, omdat actieve medewerking vereist is.
De rechtbank stelt dat de weigering van medewerking aan de covid-test als verzet wordt gezien, waardoor de bewaring van het gezin met minderjarige langer dan twee weken mag duren. De beroepen worden ongegrond verklaard en verzoeken om schadevergoeding afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen dit vonnis kan binnen een week hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de maatregel van bewaring worden ongegrond verklaard en verzoeken om schadevergoeding afgewezen.