Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Kameroense nationaliteit, werden in bewaring gesteld op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000 vanwege een concreet aanknopingspunt voor overdracht aan een verantwoordelijke lidstaat onder de Dublinverordening en het risico op het onttrekken aan toezicht.
Eisers betwistten niet de gronden voor de bewaring, maar voerden aan dat de bewaring onrechtmatig was omdat de zesmaandstermijn voor overdracht naar Spanje was verstreken. Zij verwezen naar een prejudiciële vraag van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State over de opschorting van de overdrachtstermijn.
De rechtbank oordeelde dat het niet aan de bewaringsrechter is om te toetsen of de overdrachtstermijn is verstreken en dat de bezwaarprocedure de termijn opschort. De rechtbank zag geen bewijs dat vooraf vaststond dat overdracht niet mogelijk was en verklaarde het beroep ongegrond.
Het verzoek om schadevergoeding werd daarom eveneens afgewezen. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter Schaaf en griffier Engels op 20 september 2021.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.