ECLI:NL:RVS:2009:BK0505
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- M.G.J. Parkins de Vin
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen bewaring vreemdeling in kader Dublinprocedure en zicht op uitzetting
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank 's-Gravenhage die de bewaring van een vreemdeling, een Dublinclaimant, onrechtmatig achtte en de maatregel ophefte met toekenning van schadevergoeding. De vreemdeling was in bewaring gesteld vanwege het risico op onttrekking aan uitzetting naar Griekenland.
De rechtbank had geoordeeld dat er geen zicht op uitzetting was, mede vanwege lopende procedures bij het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en voorlopige voorzieningen die uitzetting naar Griekenland tijdelijk verboden. De staatssecretaris stelde dat deze procedures niet relevant zijn voor de beoordeling van de bewaring en dat het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000 uitgaat van een algemeen onttrekkingsgevaar bij Dublinclaimanten.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte heeft aangenomen dat op voorhand geen overdracht aan Griekenland mogelijk is. De Raad benadrukt dat de vraag naar overdracht binnen de asiel- en overdrachtsprocedure moet worden beoordeeld en dat het bestaan van lopende procedures niet automatisch betekent dat uitzetting onmogelijk is. De belangenafweging van de staatssecretaris wordt als redelijk beoordeeld en het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard. Schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard en het beroep van de vreemdeling ongegrond, waarbij de bewaring wordt gehandhaafd.