ECLI:NL:RBDHA:2021:16484
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijkheid van risico op vervolging vanwege toegedichte afvalligheid en familieconflicten
Eiseres, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel vanwege problemen met haar (stief)familie en toegedichte afvalligheid door haar steun aan haar halfzus, die een geslachtsverandering heeft ondergaan. De halfzus heeft een asielvergunning in Nederland en de stiefmoeder bedreigt eiseres en haar kinderen vanwege deze steun.
De staatssecretaris wees de aanvraag af omdat hij de risico’s die eiseres stelt niet geloofwaardig achtte. De rechtbank bevestigt dat de transitie van de halfzus in Iran niet wordt gezien als afvalligheid en dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij zelf risico loopt bij terugkeer. Ook acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiseres haar afvalligheid actief zal uiten in Iran.
De rechtbank concludeert dat eiseres niet onder de risicogroep valt die bescherming verdient en dat de familieconflicten niet zodanig ernstig zijn dat terugkeer onaanvaardbaar is. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen reden de zaak aan te houden in afwachting van een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de asielaanvraag afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van risico op vervolging.