ECLI:NL:RVS:2021:2204
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling heeft bij besluit van 13 augustus 2021 een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid is afgewezen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 17 september 2021 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen, zodat zij niet uitgezet zou worden voordat op het hoger beroep is beslist, en tevens om opvang en verstrekkingen te ontvangen. De voorzieningenrechter heeft op basis van de aangevoerde gronden en eerdere jurisprudentie besloten deze voorlopige voorziening toe te kennen.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van proceskosten van € 748,00, die geheel toerekenbaar zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.J.C. de Moor-van Vugt op 4 oktober 2021.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.