ECLI:NL:RBDHA:2021:16512
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en coronabelemmeringen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank overwoog dat de coronapandemie een tijdelijk feitelijk overdrachtsbeletsel vormt, maar dit maakt de vaststelling van Frankrijk als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. De verplichting tot een coronatest en quarantaine bij overdracht aan Frankrijk betreft feitelijke overdrachtsvoorwaarden en tast de verantwoordelijkheidsvaststelling niet aan.
Eiser heeft onvoldoende onderbouwd waarom deze coronamaatregelen voor hem specifiek onevenredig bezwarend zouden zijn. Daarom slaagt het beroep niet. De rechtbank wijst op eerdere uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State die dit standpunt ondersteunen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.