ECLI:NL:RBDHA:2021:16515
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen niet-inhoudelijke behandeling asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat de Eurodac-registratie in Frankrijk onjuist was, omdat hij nooit formeel een asielaanvraag had ingediend in Frankrijk. De rechtbank oordeelde echter dat het uiten van de wens om internationale bescherming voldoende is voor registratie met een code “1” in Eurodac, en dat het terugnameverzoek door Frankrijk correct was geaccepteerd.
Verder voerde eiser aan dat het feit dat hij een broer in Nederland heeft onvoldoende was meegewogen als bijzondere omstandigheid onder artikel 17 Dublinverordening Pro. De rechtbank stelde dat dit feit onvoldoende concreet was om de overdracht aan Frankrijk te verhinderen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen is ongegrond verklaard.