ECLI:NL:RBDHA:2021:16532
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag christelijk gezin uit Pakistan wegens ongeloofwaardige blasfemiebeschuldiging
Eisers, een christelijk gezin uit Pakistan, vroegen asiel aan wegens vrees voor vervolging na een incident met een rijke klant, de Choudri, die hen beschuldigde van diefstal en blasfemie en een mondelinge fatwa zou hebben uitgesproken.
De staatssecretaris wees de aanvragen af omdat hij het relaas over de problemen met de Choudri en de fatwa ongeloofwaardig achtte. De rechtbank bevestigt dit oordeel, wijzend op tegenstrijdigheden en summiere verklaringen van eiseres over de identiteit en het gedrag van de Choudri, evenals het ontbreken van geindividualiseerde indicaties van vervolgingsgevaar.
Hoewel eisers tot een risicogroep behoren vanwege hun christelijke geloof, slaagden zij er niet in een gegronde vrees voor vervolging aan te tonen. Ook het risico op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer werd niet aannemelijk gemaakt.
De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en wijst de asielaanvragen af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af wegens ongeloofwaardigheid van de blasfemiebeschuldiging en onvoldoende bewijs voor vervolgingsgevaar.