ECLI:NL:RBDHA:2021:1658
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na medische en arbeidskundige beoordeling
Eiser ontving een Ziektewetuitkering die per 21 augustus 2019 werd beëindigd door het UWV na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek. Eiser betwistte dit besluit en voerde aan dat zijn rug- en handklachten ernstiger waren dan erkend, en dat de voorgestelde functies niet passend waren vanwege fysieke beperkingen.
De rechtbank stelde vast dat de eerstejaars ZW-beoordeling en de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) van 8 januari 2018 rechtsgeldig zijn vastgesteld en niet meer betwist kunnen worden. Medische rapporten van de arts in opleiding tot specialist verzekeringsgeneeskunde en de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) waren zorgvuldig opgesteld, namen alle klachten mee en concludeerden dat eiser geschikt was voor functies als medewerker bibliotheek en administratief ondersteunend medewerker.
De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling niet onzorgvuldig was en dat de beperkingen van eiser niet zodanig ernstig waren dat hij niet kon werken in de geduide functies. De door eiser aangevoerde medische informatie bracht geen andere conclusie. De ZW-uitkering is daarom terecht beëindigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering per 21 augustus 2019.