ECLI:NL:RBDHA:2021:16607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens niet aannemelijk gemaakte identiteit en nationaliteit
Eiseres en haar zoon hebben een asielaanvraag ingediend in Nederland, waarbij eiseres stelde afkomstig te zijn uit Azerbeidzjan en te vluchten vanwege mishandeling en dreiging met uithuwelijking en besnijdenis door haar vader. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres haar identiteit, nationaliteit en herkomst niet met documenten of geloofwaardige verklaringen kon onderbouwen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht heeft geoordeeld dat eiseres onvoldoende bewijs heeft geleverd van haar identiteit en nationaliteit. Hoewel eiseres verklaarde geen identiteitsdocumenten te bezitten vanwege bewijsnood en het ontbreken van identificatieplicht in Azerbeidzjan, blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht dat het aanvragen van een identiteitskaart verplicht is vanaf vijftien jaar. Eiseres heeft ook onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij afkomstig is uit Azerbeidzjan, onder meer omdat zij de moedertaal niet goed beheerst en onvoldoende kennis heeft van haar woonomgeving.
Omdat de identiteit en herkomst niet aannemelijk zijn gemaakt, heeft verweerder het asielrelaas niet inhoudelijk hoeven beoordelen. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro is niet beoordeeld omdat het land van herkomst niet vaststaat. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard vanwege onvoldoende aannemelijk gemaakte identiteit en nationaliteit.