ECLI:NL:RVS:2017:292
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en ongegrond verklaring beroep vreemdeling tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris wees op 21 oktober 2015 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het besluit onzorgvuldig was voorbereid en dat de staatssecretaris onvoldoende rekening had gehouden met het asielrelaas en het taalprofiel van de vreemdeling. Het overgelegde identiteitsbewijs van de moeder van de vreemdeling was niet aannemelijk en kon niet worden betrokken.
Omdat de vreemdeling zijn Eritrese nationaliteit en herkomst niet aannemelijk maakte, kon het asielrelaas niet verder worden beoordeeld. De Raad van State verklaarde het hoger beroep van de staatssecretaris gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning blijft in stand.