Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 19 september 2021 geconfronteerd met een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar, alsmede een maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was opgelegd omdat hij rechtmatig verblijf zou hebben op basis van een aanvraag om toetsing aan EU-recht.
De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende concrete aanknopingspunten had aangedragen om een afgeleid verblijfsrecht op grond van Unierecht aannemelijk te maken. De zware gronden voor bewaring, waaronder het niet op voorgeschreven wijze binnenkomen en het valselijk gebruiken van documenten, waren feitelijk juist en voldoende gemotiveerd. De rechtbank oordeelde dat deze gronden voldoende waren om het risico op onttrekking aan toezicht aan te nemen.
Ook het terugkeerbesluit met inreisverbod werd beoordeeld aan de hand van dezelfde gronden, waarbij eiser geen aanvullende beroepsgronden had aangevoerd. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond was en wees tevens het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak werd gedaan door rechter D. Verduijn en griffier E. Mulder op 11 oktober 2021, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de maatregel van bewaring en het terugkeerbesluit met inreisverbod worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.