Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Albanese nationaliteit, werd op 17 september 2021 staande gehouden aan boord van een zeilvaartuig dat een verdachte vaarroute voer. Verweerder legde twee maatregelen van bewaring op, waarvan de tweede op 30 september 2021 werd opgeheven. Eiser stelde dat het vermoeden van illegaal verblijf onvoldoende was onderbouwd.
De rechtbank oordeelde dat het eerste vermoeden van illegaal verblijf op het vaartuig gebaseerd was op afwijkend vaargedrag en radargegevens die het vertrek naar het Verenigd Koninkrijk ontkenden. Daarnaast was sprake van een nieuwe modus operandi waarbij Albanese vreemdelingen via pleziervaartuigen worden gesmokkeld. Het tweede vermoeden van illegaal verblijf betrof eiser persoonlijk, die zich niet kon legitimeren.
De rechtbank concludeerde dat de controle en staandehouding op grond van artikel 51, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 rechtmatig waren. De gronden voor de bewaring, waaronder het risico op ontduiking van toezicht en belemmering van uitzetting, werden niet betwist door eiser. De beroepen werden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door rechter D. Verduijn op 19 oktober 2021 te Utrecht. Eiser kan tegen deze uitspraak binnen een week hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De beroepen tegen de maatregelen van bewaring worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.