ECLI:NL:RVS:2023:3196
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak bewaring vreemdeling wegens onrechtmatigheid en toekenning schadevergoeding
De vreemdeling, met de Albanese nationaliteit, werd op 17 en 21 september 2021 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid in bewaring gesteld na onderschepping bij de Nederlandse territoriale zee. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze bewaring ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het proces-verbaal van 17 september 2021 onduidelijkheden bevatte over de uitoefening van bevoegdheden, waardoor de bewaring vanaf het begin onrechtmatig was. Tevens werd vastgesteld dat de staatssecretaris onvoldoende voortvarend had gehandeld bij de uitzetting van de vreemdeling, wat ook de bewaring vanaf 21 september 2021 onrechtmatig maakte.
De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, de beroepen gegrond verklaard en de bewaring als onrechtmatig beoordeeld. Omdat de bewaring inmiddels was opgeheven, was een bevel tot opheffing niet nodig. De vreemdeling kreeg een schadevergoeding van €1.490 toegekend, en de staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €4.603,50.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling was onrechtmatig en hij kreeg een schadevergoeding en proceskosten toegewezen.