ECLI:NL:RBDHA:2021:16622
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte persoonlijke onveiligheid in Marokko
Eiser, een Marokkaanse nationaliteit dragende asielzoeker, vordert een verblijfsvergunning omdat hij vreest voor vervolging in Marokko vanwege de politieke activiteiten van zijn broer. Hij stelt dat hij door die activiteiten is bedreigd en gepest, en dat hij het land heeft verlaten na bedreigingen van de veiligheidsdienst.
De Staatssecretaris wijst de aanvraag af omdat Marokko als veilig land van herkomst geldt en eiser onvoldoende bewijs levert voor persoonlijke onveiligheid. Hoewel eiser stukken overlegt waaruit blijkt dat zijn broer asiel heeft in Frankrijk, acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de problemen van eiser direct verband houden met de politieke activiteiten van zijn broer.
De rechtbank oordeelt dat het niet onverwijld melden van eiser in Spanje of Frankrijk en het ontbreken van concrete onderbouwing van zijn vrees de geloofwaardigheid van zijn verhaal aantasten. De algemene situatie in Marokko voor familieleden van politieke activisten vormt geen uitzondering op het veilige land van herkomst criterium.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, legt een terugkeerbesluit op en een inreisverbod van twee jaar. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit met inreisverbod wordt bevestigd.