Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Tunesische nationaliteit, werd op 11 september 2021 in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Tegen dit besluit werd beroep ingesteld, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. Tijdens de zittingen op 27 september en 5 oktober 2021, waarbij een tolk aanwezig was, heeft eiser zijn standpunten toegelicht.
Eiser betwist de gronden voor de bewaring niet, maar klaagt over onvoldoende voortvarendheid van verweerder bij het regelen van zijn overdracht aan Italië. De rechtbank stelt vast dat een vertrekgesprek en vluchtaanvraag binnen drie dagen na de bewaring hebben plaatsgevonden. De eerste vluchtdatum werd geannuleerd en een nieuwe datum vastgesteld, mede vanwege beperkingen door de Italiaanse autoriteiten in verband met de coronapandemie.
De rechtbank oordeelt dat deze handelwijze voldoende voortvarend is en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die anders rechtvaardigen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.