ECLI:NL:RBDHA:2021:16630
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en Covid-19
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen op grond van de Dublinverordening, waarbij Duitsland als verantwoordelijke lidstaat is aangewezen. De rechtbank heeft het beroep behandeld samen met een andere zaak op 12 oktober 2021, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank overweegt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt ten opzichte van Duitsland en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat dit in zijn situatie niet opgaat. Het feit dat eiser eerder in Duitsland gedetineerd is geweest, leidt niet tot het oordeel dat Duitsland onrechtmatig handelt. Ook de stelling dat Duitsland hem naar Marokko zou uitzetten en daarmee het verbod op artikel 3 EVRM Pro zou schenden, wordt niet gevolgd.
De Covid-19 pandemie vormt slechts een tijdelijk feitelijk beletsel voor overdracht, maar maakt de aanwijzing van Duitsland als verantwoordelijke lidstaat niet onrechtmatig. De rechtbank wijst het beroep af en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag is ongegrond verklaard.