ECLI:NL:RBDHA:2021:16752
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in beroep tegen niet tijdig beslissen asielaanvragen
Eisers dienden op 30 september 2019 asielaanvragen in en stelden beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank Arnhem verklaarde dit beroep gegrond en bepaalde dat verweerder binnen acht weken moest beslissen. Verweerder nam op 8 december 2020 besluiten, die later werden ingetrokken na uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS).
Eisers handhaafden hun beroep en verzochten de rechtbank het te beschouwen als gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank oordeelde echter dat zij onbevoegd was om dit beroep te behandelen, omdat op het moment van indiening van het beroepschrift (13 december 2020) de Tijdelijke wet opschorting dwangsommen van kracht was, die beroep tegen niet tijdig beslissen beperkte.
Hoewel eisers verweerder voor de inwerkingtreding van deze wet in gebreke hadden gesteld, was deze procedure reeds beëindigd door eerdere rechterlijke uitspraak en beslissing van verweerder. Daarom kon de rechtbank geen oordeel geven over het verzoek om een dwangsom en verklaarde zij zich onbevoegd om kennis te nemen van het beroep.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvragen.