ECLI:NL:RBDHA:2021:16773
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure Nigeriaanse verzoeker
Verzoeker, van Nigeriaanse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 5 oktober 2021 afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 19 oktober 2021 samen met de hoofdzaak. Gezien de uitspraak in de hoofdzaak op dezelfde dag, waarin het beroep werd behandeld, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter C. Karman en griffier P. Bruins op 2 november 2021. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening in de asielprocedure is afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.