Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Kameroense nationaliteit, werd op 11 juni 2021 aangehouden en vervolgens in bewaring gesteld op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel was gebaseerd op een concreet aanknopingspunt voor overdracht volgens de Dublinverordening en het risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte enkele gronden van bewaring, maar de rechtbank oordeelde dat de overige gronden voldoende waren om de maatregel te dragen.
Eiser stelde dat de overheid te laat had gehandeld, aangezien al in juli 2021 een verklaring van nationaliteit en laissez passer waren afgegeven, en dat het overdrachtsbesluit niet aan hem was uitgereikt. De rechtbank stelde vast dat het overdrachtsbesluit op 1 september 2021 aan eiser was uitgereikt en dat de overheid tijdig en voortvarend had gehandeld, ook tijdens de strafrechtelijke detentie van eiser.
Verder legde de rechtbank uit dat de vertraging in de overdracht naar Italië te wijten was aan restricties van de Italiaanse autoriteiten en luchtvaartmaatschappijen, waardoor de vlucht van 9 november 2021 werd verplaatst naar 18 november 2021. Ondanks de onwenselijke wachttijd achtte de rechtbank het handelen van verweerder voldoende voortvarend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.