Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser], eiser V-nummer: [V-nummer]
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 21 oktober 2021 de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Verweerder stelde dat er een concreet aanknopingspunt was voor overdracht volgens de Dublinverordening en een significant risico bestond dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken.
Eiser betwistte de gronden voor de maatregel niet, maar voerde aan dat verweerder niet voortvarend had gewerkt aan zijn uitzetting en dat hij detentieongeschikt was. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende inspanningen had verricht, zowel tijdens de strafrechtelijke detentie van eiser als na de inbewaringstelling, waaronder het tijdig versturen van een claimverzoek en het plannen van een vlucht naar Zwitserland.
De rechtbank stelde vast dat de detentieongeschiktheid niet binnen het kader van de maatregel van bewaring valt en verwees eiser door naar het detentiecentrum. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.