ECLI:NL:RBDHA:2021:16834
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning op grond van Dublinverordening en mensenhandelbeleid
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling werd genomen omdat Italië verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Vervolgens werd zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking 'humanitair tijdelijk' afgewezen omdat het Openbaar Ministerie geen vervolging instelde en eiser niet aan de voorwaarden voldeed.
Eiser maakte bezwaar tegen het besluit, dat ongegrond werd verklaard. Hij stelde onder meer dat het beleid van verweerder in strijd is met artikel 14 en Pro 3 van het Verdrag van Warschau, het discriminatieverbod, artikel 8 van Pro Richtlijn 2004/81/EG en het arrest Rantsev. De rechtbank oordeelde dat verweerder het beleid conform deze bepalingen heeft uitgewerkt en dat de gemaakte onderscheidingen gerechtvaardigd zijn.
De rechtbank stelde vast dat verweerder zijn beschermingsverplichtingen nakomt en dat het bezwaar onvoldoende onderbouwd was. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor griffierecht of proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.