Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 augustus 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris
Procesverloop
Overwegingen
.
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Ugandese vrouw, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd op tijdelijke humanitaire gronden als slachtoffer van mensenhandel. De staatssecretaris wees deze aanvraag af op grond van de Dublinverordening en het standpunt dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van haar asielverzoek en de aangifte mensenhandel.
Eiseres voerde aan dat het beleid van de staatssecretaris, dat alleen verblijf toestaat bij medewerking aan opsporing en vervolging, strijdig is met artikel 14, eerste lid, aanhef en onder a, van het Verdrag van de Raad van Europa inzake bestrijding van mensenhandel. De rechtbank oordeelde dat het Verdrag partijen de keuze biedt tussen twee situaties waarin een verblijfsvergunning kan worden verleend en dat Nederland heeft gekozen voor de situatie waarbij verblijf noodzakelijk is voor medewerking aan opsporing.
De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het beleid niet in strijd is met het Verdrag en dat de motivering van het bestreden besluit ondeugdelijk is. De rechtbank vernietigde het besluit, verklaarde het beroep gegrond en liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Tevens veroordeelde zij de staatssecretaris in de proceskosten van eiseres.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het beroep van eiseres wordt gegrond verklaard.